De structuur en organisatie van een kerk bestaan vaak rondom het verenigingsmodel waarbij leden zorgdragen voor het financieren van een predikant en een gebouw wat samen veruit de grootste kostenpost is voor de vereniging. Soms reflecteert dit gebouw het geloof van de leden van de vereniging: liturgische kerken hebben veel aandacht voor verstilling, klassieke elementen en kunst, behoudende kerken zetten de preekstoel centraal en evangelicale kerken investeren in een podium met aandacht voor licht, geluid en beamer. 

De toekomst van de kerk zal echter niet bestaan uit één vorm, maar aan een veelheid van vormen met verbindende schakels. Het beeld hierbij is dat van een mozaïek: vele stenen en steentjes worden bij elkaar gehouden door specie. Of glas in lood: veel scherven met vele kleuren verbonden door lood. Niet de losse stenen of glazen bepalen wat “de kerk” is, maar alle stenen samen en hun verbinding laten het totale beeld van het mozaïek zien. De kerk is dus niet compleet zonder de vele stenen en zeker niet zonder de verbinding.

Naast het verenigingsmodel is er in het mozaïek ruimte genoeg voor nieuwe vormen van kerk-zijn. Het zou goed kunnen dat deze nieuwe vormen ontstaan vanuit bestaande kerken: vergelijk het met een pioniers beweging: de moederkerk start het experiment van de priesterkerk. Ook is het mogelijk dat een bestaande kerk haar verenigingsmodel gaat laten vervangen door het priesterkerk model. In een schema zou het er als volgt uit kunnen zien:

Solide Priesterkerk Verenigingsmodel kerk Fluïde Netwerkkerk
Kerk als tempelLokale kerkKerk als Reisgenootschap

De bestaande situatie van “verenigingsmodel kerk” zou zowel kunnen experimenteren met de solide Priesterkerk als met de fluïde Netwerkkerk of ze zou zichzelf kunnen omvormen tot een combinatie van beide. In de visie van kerk als mozaïek is het niet mogelijk om te zeggen dat de solide of fluïde vorm meer of echte kerk is. Zonder een van beide is het mozaïek niet compleet. De samenhang (de specie van het mozaïek) is minstens zo belangrijk. Het Reisgenootschap wordt gevormd om priester te zijn.

In het mozaïek van kerk-zijn is er behoefte aan verschillende mensen met verschillende kwaliteiten en opleidingen. De predikant met academische theologische vorming hoeft niet de enige betaalde kracht te zijn. Dit wil niet zeggen dat er minder behoefte zou zijn aan academische theologen, maar hun positie in het mozaïek zal minder centraal zijn, laat staan dat ze op een podium staan met een microfoon in de hand. In het mozaïek is er behoefte aan training, duiding en vorming, maar ook aan creativiteit, organisatievermogen, productie en andere professies. Het zal dus een mozaïek van professionals in de kerk worden temidden van vrijwilligers. 

Naast professionals spelen gebouwen een belangrijke rol in de kerk. Historische of monumentale gebouwen drukken zwaar op de begroting, toch is het goed om juist deze te behouden voor een Priesterkerk. Juist de oude architectuur geeft mogelijkheden voor een mystagogisch gebruik. Moderne gebouwen en zeker zaaltjes kunnen afgestoten worden. Organiseer de gebouwen voor een Priesterkerk in: Mystagogische plekken (Historische of monumentale gebouwen) en huiskamers. Regionaal kunnen kloosters (en in steden Stadsklooster de Priesterkerk rol spelen. Onderstaand schema maakt duidelijk dat het veel beter is om bij beperkte middelen te kiezen voor een grote plek plus huiskamers in plaats van meerdere middelgrote kerken.

Mystagogische plekken
Historische gebouwen
Monumentale gebouwen
Kloosters
Stadskloosters
Lokale kerk
(zaaltjes, moderne kerkenafstoten)
Huiskamers
(voor Reisgenoten)
Aan tafel
Bij de maaltijd
Groot gebouwMiddelgroot gebouwKlein gebouw 
Stads- & regiofunctie
Representatief
Wijkfunctie
Vereniging
Buurtfunctie
Relationeel
Liturgie
Productie
Hogere kunst
Formeel
van alles wat, 
maar net niets
Eenvoud
Informeel

Vanuit pragmatisch oogpunt is het goed om te blijven denken in een mozaïek van kerk-zijn waarbij lokaal meerdere vormen met elkaar samenwerken. Die samenwerking kan bestaan uit: van elkaar leren, elkaar mensen, geld, gebouwen en resources toespelen, elkaar dienen met de vraag: wat heb je nodig? Een tweede stap zou zijn: visionaire en strategische afstemming wat kan resulteren in een concrete programmering.