Het zette de toon voor de mens die de wereld mocht bewonen; de dag van rust, de Sabbat. De eerste dag die volgens het oerverhaal volgde op de schepping van de mens. Het is de vertrekpunt voor de mens om vanuit te leven. Hele hoofdstukken in de Bijbel zijn gewijd aan regelgeving rondom die dag. En misschien is onze herinnering aan ‘de zondagse rustdag’ ook gevuld met dingen die vooral niet mochten. 

Je kunt je afvragen waarom er zoveel regels aan de Sabbat gewijd zijn. Vinden we het moeilijk om vanuit rust te leven? Is het leven van wat je wordt gegeven, zonder daarvoor te werken, zo lastig om te doen? Is dat de reden waarom de mens, met enige dwang van de door God gegeven geboden, toch die rustdag werd ingeduwd?

Toen het volk van Israël in de woestijn zes dagen lang het brood uit de hemel mocht verzamelen, mochten ze dat voor één dag doen, anders bedierf het. Op de Sabbat kwam er geen manna uit de hemel, ze aten dat wat de dag ervoor was verzameld. Een uitzondering op de regel van bederf (exodus 16:24). Ze deden die dag niets, en ze hadden genoeg.

Toen de Israëlieten niet langer nomaden waren, maar zich als landbouwers hadden gevestigd, bleef de Sabbat een richtinggevend principe. Zo was elk zevende jaar een Sabbatsjaar: de akker bleef onbebouwd, schulden werden kwijtgescholden en slaven bevrijd. Armen, vreemdelingen en dieren van het veld leefden van de opbrengst van het land. 
Oefening: Neem een voorwerp uit de ruimte waarin jullie zijn, en plaats deze in jullie midden. Dit voorwerp staat voor ‘Sabbat’. Bedenk vier vragen die Sabbat ons zou willen stellen over haar aan- of afwezigheid in ons leven of onze maatschappij. Bedenk drie verwijten die ze ons zou kunnen maken. Bedenk twee dingen die ze ons zou gunnen. Bedenk ten slotte één opdracht die ze ons als uitnodiging zou kunnen geven. Voer samen deze opdracht uit.