Eén van de opdrachten die God via de profeet Jeremia aan de Joodse ballingen in Babel geeft, is: ‘leg tuinen aan en eet van de opbrengst’ (Jeremia 29:5). En: ‘bid tot de HEER voor de stad waarheen ik jullie weggevoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei’ (Jeremia 29:7). Als onze geloofsbelijdenis is: ‘we zijn onderdeel van de vernieuwende beweging van God’, dan is dit een tekst die ons veel over die beweging leert. 

Een kenmerk van Gods vernieuwende beweging is dat het erkent dan onze bloei als individu of groep innig verstrengeld is met de bloei van onze omgeving. In Gods vernieuwende beweging zijn we geen op zichzelf staand individu, maar zijn we met elkaar vergroeid. 
Oefening: Bedenk en beschrijf voor jezelf hoe of wanneer je deze ‘vergroeidheid’ ervaart. Wanneer merk je dat jouw bloei ook de bloei is van je omgeving, en wanneer andersom? En kun je dezelfde vraag beantwoorden als het gaat om dorheid? Wissel jullie gedachten met elkaar uit.