In zijn brief aan de Filippenzen schrijft Paulus: ‘uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend’. Dat is een lonkend perspectief waar je je leven omheen kan inrichten, als persoon, gezin en gemeenschap. Waar vriendelijkheid vaak wordt geassocieerd met het op straat begroeten van mensen of het aanbieden van onze hulp, zou je ook vriendelijkheid kunnen tonen door andermans hulp te accepteren.

Denk bij jezelf na over het volgende: hoe vaak heb je uit vriendelijkheid andermans hulp geweigerd? Iemand wilde je voorlaten bij de kassa, iemand bood je aan de kinderwagen uit de bus te helpen tillen. We kunnen zomaar de neiging hebben deze hulp af te slaan om de ander niet tot last te willen zijn. Maar misschien geef je de ander juist een geschenk door zijn of haar vriendelijkheid dankbaar te aanvaarden!

Oefening: zeg ‘ja’ tegen de eerstvolgende persoon die jou zijn/haar praktische hulp aanbiedt. Overweeg om hier een gewoonte van te maken. Is er in één week tijd niemand die jou zijn hulp aanbiedt? Stel jezelf de vraag hoe dat zou kunnen komen. Ga over je (gebrek aan) ervaringen in gesprek met je reisgenoten.