De Monnik helpt ons om het leven te aanvaarden als een geschenk. We zijn op deze wereld gekomen zonder daarom te vragen en we krijgen elke minuut van ons leven de levensadem. Ook vertrekken we weer uit dit bestaan, terug in de complete werkelijkheid van dat wat we God noemen en blazen uiteindelijk onze laatste adem uit. We zijn geliefd door God en het leven ontvangt zijn zin en doel. We leven temidden van verhalen die aan ons worden doorverteld. We hoeven bijna niets nieuws te doen of te bedenken. 

De grootste oefening die we van de Monnik ontvangen is dat we open staan voor dit geschenk. We ontdekken dat we geliefde zijn, dat we het leven als geschenk krijgen, dat we niets “moeten”. We leren dat we kunnen “zijn” ver voordat we iets gaan “doen”. We mogen leren te ontvangen ver voordat we gaan geven. 

Dit wil niet zeggen dat we niet kunnen oefenen, samen met de Monnik. Er zijn verschillende oefeningen mogelijk om te ontdekken wat dit “zijn” inhoudt.

  1. Oefenen in aandacht. We kunnen aandacht leren hebben voor de wereld in ons: onze adem, de hartslag, de gedachten, onze zintuiglijke gewaarwording en perceptie er van, ons lichaam, het wonder van ons bestaan etc. En we kunnen aandacht leren krijgen voor de wereld om ons heen, voor details, voor grote lijnen, voor indrukken en voor ideeën, voor andere mensen en mooie dingen. 
  2. Oefenen in verwondering. We kunnen leren om iets niet als vanzelfsprekend te gaan zien. De ratio zegt ons dat we alles kunnen verklaren en toch is het leven als geheel wonderlijk. Het samenspel van de onderdelen in het leven zijn zo schitterend. Toeval kan doel worden en doel kan vervallen door toeval. Leer om daarin verrast te worden en iets te aanvaarden als geschenk, als lot of als kans. “Het valt je toe!” 
  3. Oefenen in het zien van God. We kunnen de diepste zin van het bestaan leren te verbinden aan woorden als “God”. We kunnen leren ons kwetsbare bestaan in Gods handen te leggen. We kunnen proberen te luisteren naar de richting die ons wordt gewezen. We kunnen leren om de liefde voor ons bestaan te aanvaarden als Gods liefde voor ons. Contemplatie (verenigd zijn in de tempel) kan dus geoefend worden door “aandachtig te zijn in Gods werkelijkheid” en door “Gods aandachtige aanwezigheid in ons leven te ervaren”.
  4. We kunnen oefenen door overgangsmomenten te gebruiken om intenties uit te spreken: zorg voor momenten van inwijding (doop, belijdenis of intreding) en het uitspreken van intenties (verbond sluiten, level-up gaan, verantwoordelijkheid uitspreken voor). Dit zijn geen “moet” uitspraken, maar bevestiging van het nieuwe “zijn”, het uitspreken van de nieuwe identiteit. Benadruk hiermee ook het exclusieve karakter van het Reisgenoot zijn, de bevestiging van zijn of haar roeping. Het zijn rite-de-passages waarbij de status of identiteit van de ontvanger verandert. 
  5. Wees geen tegencultuur, maar vorm een oefengemeenschap van mensen die anders willen zijn, niet tegen een cultuur maar met een intensivering van het geloofsleven. Wees  niet boos, maar oefen in vrede en vergeving, wees niet bezorgd over het klimaat, de tegenstellingen in de samenleving of de economie, maar oefen in het doen van het goede. Wees je bewust dat je geen groot Monnik of een bijzondere Non zult worden. Je Reisgenootschap wordt geen kloosterorde, maar oefent op een bescheiden manier om een mens te worden die steeds meer op Christus lijkt. 
  6. Een Reisgenoot kan goede elementen uit andere religies overnemen (zie bijv. Celtic Monasticism, gebeden, handeling en symbolen). Als er ergens waarheid en liefde gevonden wordt dan kan er maar één bron zijn. En die bron is God.
  7. Leer van oude en nieuwe spirituele stromingen en ordes. Duik in de wereld van benedictijner, augustijner en franciscaner monniken, doe ignatiaanse oefeningen in spiritualiteit maar onderzoek ook moderne uitingen van monastieke spiritualiteit in kloosters, neo-monastiek (bijv. Shane Claiborne) of nieuwe ordes (bijv. de NorthUmbria leefregel). 
  8. Ontdek dat christelijke spiritualiteit niet bestaat uit één stroom maar uit meerdere. Dit zet aan tot inclusiviteit en verdraagzaamheid. Zie bijvoorbeeld de boeken van Richard Forster (spirituele oefeningen in “het feest van de navolging”) of  zijn boek Streams of Living Water waarin hij zes christelijke tradities of stromen beschrijft: 
  • De contemplatieve traditie met een nadruk op gebed
  • De heiligheids traditie met een nadruk op ‘anders’ leven
  • De charismatische traditie met een nadruk op bekrachtiging door de Geest
  • De sociale-gerechtigheids beweging met een nadruk op compassie
  • De orthodox-evangelicale traditie met een nadruk op het Woord
  • De incarnationele traditie met een nadruk op het sacramentele leven 
  • Initiatie: Exclusiviteit in doop en toetreding als lid, oefening, loyaliteit